Saskia Lassche promoveert op onderzoek naar spierfunctie bij FSHD
Neuroloog Saskia Lassche is gepromoveerd op haar onderzoek naar de werking van de spieren bij…
Bij veel vormen van myositis worden antistoffen in het bloed gevonden. “Het aantreffen van antistoffen in het bloed kan helpen bij de diagnose en soms ook iets zeggen over de prognose”, aldus onderzoeker Anke Rietveld, die vandaag op dit onderwerp promoveerde.
Myositis is een groep spierziekten waarbij de spieren ontstoken en verzwakt raken. Waarom dat gebeurt is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk is een rol weggelegd voor het afweersysteem. Bij mensen met myositis worden namelijk vaak ‘auto-antistoffen’ gevonden in het bloed. Antistoffen worden door het afweersysteem aangemaakt om het lichaam te beschermen tegen ziekteverwekkers, zoals virussen en bacteriën. De antistoffen herkennen de ziekteverwekker en helpen deze te bestrijden. Auto-antistoffen daarentegen richten zich niet op ziekteverwekkers, maar op het eigen lichaam en richten zo schade aan. Deze auto-antistoffen zijn dus een vergissing van het lichaam.
“Bij veel vormen van myositis zijn auto-antistoffen bekend”, vertelt Anke Rietveld. “Deze antistoffen kunnen helpen bij het stellen van de diagnose en soms ook iets zeggen over de prognose.” De afgelopen jaren deed Rietveld onderzoek naar de rol van antistoffen in inclusion body myositis (IBM). Deze vorm van myositis komt voor bij mensen boven de 45 jaar en leidt tot spierzwakte in de bovenbenen, handen en slikspieren. “Ongeveer 30% van de mensen met IBM heeft een bepaalde antistof in het bloed: anti-cN-1A”, legt Rietveld uit. “Wij wilden achterhalen of deze antistof alleen bij IBM voorkomt en of de antistof samenhangt met het ziektebeloop van deze spierziekte.”
“In ons onderzoek vonden we anti-cN-1A ook bij deel van de patiënten met andere auto-immuunziekten, zoals lupus en het syndroom van Sjögren. Maar niet bij andere vormen van myositis. Dat betekent dat de antistof in de kliniek gebruikt kan worden om IBM van andere vormen van myositis te onderscheiden. Daarmee kan de diagnose makkelijker gesteld worden. Daarnaast lijkt het hebben van de antistof samen te hangen met een kortere overlevingsduur bij patiënten bij IBM. Waarom dat zo is, kunnen we nog niet zeggen. Maar het feit dat een antistof een rol speelt bij IBM kan een aanwijzing zijn voor de oorzaak. En dat kan in toekomst de sleutel zijn voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen.”
Vandaag promoveerde Rietveld op haar onderzoek naar antistoffen bij inclusion body myositis. Nu haar promotie achter de rug is, is Rietveld klaar voor de volgende stap. “Ik wil me graag blijven bezighouden met de zorg voor volwassenen en kinderen met spierziekten. Daar krijg ik op mijn nieuwe werkplek in Frankrijk de kans voor!”